Categorie: Uncategorized

Bergens Nieuwsblad 2 april 2026: Wat is er nodig voor beeldbehoud?

In Rodi’s  Nieuwsblad Bergen geeft Ed Bausch op 2 april 2026 op de voorpagina zijn overpeinzing en aanbeveling over ons net gepubliceerde Onderzoek Erfgoed Dorpsstraat:

 

Bergen – Hoeveel zouden er in Nederland wel niet van zijn: ‘dorpsstraten’? Soms zijn ze er kort, soms een lange slinger met van alles wat. Met in het centrum vast wel een kerk (og twee), winkels, misschien nog een bedrijf dat nog niet is verplaatst naar een bedrijventerrein. En dan series van die zo geliefde woningen, nog uit de voor-vorige eeuw of de zogenoemde ‘dertiger-jaren-woningen’, een breed begrip. Om dat te behouden zullen we wel wat moeten doen, behoud gaat niet vanzelf.

Stichting Behoud Bouwkunst Bergen

Die stichting werd, uit zorgen, dertig jaar geleden opgericht en toont zich vaak uiterst bezorgd, volhardend, soms tegen de stroom in. Het lijkt allemaal zo gewoon, een straat. Maat het is het niet. Er is heel hard gewerkt, geleefd, nagedacht. De Bergense Dorpsstraat was na voltooiing van Langgoed Het Hof de eerste planmatige, lintvormige uitbreiding van het dorp richting Alkmaar. De weg ontstond tussen 1840 en 1940 stukje bij beetje op een van de oude strandwallen die haaks op de kust liggen. Op plekken druipt de zo vaak geroemde dromerigheid ervan af. Op andere plekken denk je: ‘Oei, kan dit zomaar?’

Roep om aanwijzing tot beschermd dorpsgezicht

Dus trekt het bestuur van Behoud Bouwkunst Bergen weer aan de bel. Met een team van cultuurhistorici, architecten en stedenbouwers is een rapport opgesteld, dat binnenkort wordt aangeboden aan de gemeenteraad. Het voorstel is om de gehele Dorpsstraat aan te wijzen als beschermd dorpsgezicht. En om 31 panden aan te wijzen als Monument en nog eens 21 als ‘Beeldbepalend’.

Toenemende belangstelling

Nu zijn er, zo schrijft de stichting in het zeer uitvoerige en gedetailleerde rapport, slechts zes beschermde panden: drie Gemeentelijke Monumenten, twee Provinciale Monumenten en één Rijksmonument. Wie eens langzaam door de straat gaat van kop (vanaf de Hoflaan) naar staart (de straat eindigt op het kruispunt Van Borsselenlaan/Oude Bergerweg) zal begrijpen: dit is veel te weinig. Sommige woningeigenaren hebben de oude woning afgebroken en er een identieke voor herbouwd, Andere hebben iets naar eigen smaak neergezet, dat op zijn minst niet veel relatie heeft met de andere huizen. Daar zit dus de grote zorg van de stichting. die met het rapport wil bijdragen aan de toegenomen belangstelling voor erfgoed, ook in de gemeenteraad.

‘Dootweghen’

Eind 1700 bestond Bergen uit een aantal buurtschappen, groepen verspreid liggende huizen: Oudburg, Westdorp, Oostdorp, Zanegeest, met lintbebouwing ertussen. Bergen werd later met Alkmaar verbonden foor de Oostdorper Dootwegh (nu de Karel de Grotelaan) en de Achterwegh (het laatste stukje Dorpsstraat naar het oosten). Vroeger heetten bijna alle weggetjes richting het dorpscentrum een ‘Dootwegh’. De Begrafenisstoeten moesten er omheen naar de dorpskerk….

Langs het tuinpad van mijn vader-gevoel

Laster kwam er een kerk, de voorganger van de huidige Petrus en Paulus (wat zal daarmee gaan gebeuren?). Er kwam een herberg, een school, een postkantoor. Er verrezen stolpboerderijen en ‘rentenierswoningen’ en het werd een laan met hoge bomen. Het ware gevoel van ‘Langs het tuinpad van mijn vader’.

De Dorpsstraat is nu, zo zegt het rapport, een ‘erfweg met gemengde functies’. De stichting Behoud Bouwkunst Bergen is niet doof en blind voor veranderingen, maar pleit wel heel volhardend voor aandacht.

Rapport

Kijk op sbbb-nh.nl. Daar is ook het rapport wel op te vragen. Hopelijk kan dat breed ter beschikking komen. Het rapport is uitzonderlijk gedetailleerd, met prachtige plaatjes en zal menigeen doen beseffen: progressiviteit kan hunkering naar behoud van schoonheid wel eens ernstig in de weg zitten…

Onderzoek Erfgoed Dorpsstraat

Inleiding

Na de aanleg van het Hof door Antonie Studler van Surck in de zeventiende eeuw is het stedenbouwkundig plan voor de Dorpsstraat rond 1770 de tweede grote ingreep in het dorpsweefsel. Dit plan bestond aanvankelijk uit een 800 m lange kaarsrecht getrokken lijn tussen Hoflaan en Hoopweg, dwars door de bestaande rooilijnen en dorpse wirwar van paden en steegjes. In de negentiende eeuw wordt het plan heel geleidelijk uitgevoerd en wint de straat aan belang. Er worden laanbomen geplant (beuk, eik en linde). Het werd de verbinding met Alkmaar, er kwamen winkels, horeca, bedrijven en vrijstaande woningen (renteniers- en burgermanswoningen), pensions en een nieuwe kerk. De Dorpsstraat werd pragmatisch naar het oosten doorgetrokken tot aan de Oude Bergerweg, het werd het centrum van het dorp.

In onze tijd blijkt het een van de laatst overgebleven authentieke dorpswegen in onze regio.

Er staan 3 gemeentelijke, 2 provinciale en 1 rijksmonument.

Het zijn deze feiten die SBBB heeft doen besluiten tot dit onderzoek. Het is uitgevoerd door vier mensen met verschillende disciplines: stedenbouwkunde, architectuur, architectuurhistorie en algemene en lokale cultuurhistorie.

Bebouwingsstructuur

De Dorpsstraat is de verbinding van de kern Bergen met Oostdorp en wordt onderdeel van de historische hoofdstructuurdragers, die ook nu nog goed herkenbaar zijn. Die kern ligt op de overgang van de hoge zandgronden (haak- en strandwallen) naar de lager gelegen vruchtbare kleigronden. Daar vinden we de Ruïnekerk en daaromheen gegroepeerd een viertal buurtschappen (Oudburg, Zanegeest, Oostdorp en Westdorp) met daartussen de nog steeds aanwezige verbindende Doodwegen.

Het belang van de kern is door de Rijksoverheid in 1990 erkend door de aanwijzing als beschermd dorpsgezicht. Het gebied is kleinschalig en kent verschillende centrumfuncties, winkels, horeca, maatschappelijke voorzieningen en wonen (met name op de verdieping). Belangrijk is het contrast tussen het groene rustpunt van de Ruïnekerk en de levendige buitenring.

Aanpak onderzoek

We hebben vrijwel alle panden die voor 1940 in de Dorpsstraat zijn gebouwd (plus enkele bijzondere panden tussen 1940 en 1970) onderzocht. Wij gebruikten daarbij de waarderingsmethode van de Rijksgebouwendienst en enkele gemeenten, meer specifiek de gemeente Apeldoorn. Zo bereikten we een transparante weging van factoren bij de beoordeling. De criteria daarvoor zijn de volgende:

  1. Cultuurhistorische waarde (bv atelier, pension), sociaal- of economisch-historische betekenis (bv winkelpand, renteniershuis) – ook in de tijd gezien (verhaallijnen);
  2. Architectuurhistorische of kunstwaarde: ontwerp, gebruikte materialen, bouwstijl, de naam van de ontwerper;
  3. Stedenbouwkundige, landschappelijke of ensemblewaarde (de plek, de rol van het object);
  4. Gaafheid en herkenbaarheid: originaliteit, mate van aanpassing;
  5. Zeldzaamheidswaarde, bijzonderheid en uniciteit.

Deze 5 criteria resulteren per pand in verschillende scores: ++ (hoge waarde), + (positieve waarde), 0 (neutrale waarde) en – (negatieve waarde).

Onze eindwaardering is het resultaat van de optelsom van de scores:

  • Hoge totaalwaarde (H): minimaal 2x ++ en 2x +. Dit betekent dat instandhouding als monument (gevelbeeld en hoofdvorm) noodzakelijk is.
  • Positieve totaalwaarde (+): minimaal 3x + en 2x 0. Dit betekent dat instandhouding als beeldbepalend erfgoed (gevelbeeld en hoofdvorm) noodzakelijk is.
  • Neutrale totaalwaarde (N): alle lagere scores.

Ontwikkeling Dorpsstraat

Bij het Regionaal Archief Alkmaar hebben we de bouwdossiers opgevraagd van alle panden aan de Dorpsstraat. Per pand (gebouwd na 1901) beschikken we (voor zover aanwezig) over architect, bouwjaar, bouwtekeningen en wijzigingen. Na de Woningwet van 1901 was een bouwvergunning nodig met tekeningen. Van de oudere panden hebben we soms een foto en latere tekeningen. Deze gegevens laten zien dat de straat in een rustig tempo tot stand kwam.

Cultuurhistorische context

We bespreken de achtergrond van het dorp, de omgeving en ontstaansgeschiedenis van de Dorpsstraat. Waar en hoe is ie ontstaan, hoe begint en eindigt hij, wat waren zijn namen, hoe ziet de straat er uit, wat staat er aan weerszijden. Op de fotootjes van de gebouwen hebben we dank zij de kennis van en bij de Historische Vereniging Bergen waar mogelijk de namen kunnen invullen van de mensen of bedrijven die er gevestigd waren, zodat we een beeld krijgen van de veranderende gebruiksgeschiedenis en dus van het aanzicht van de straat.

Ruimtelijke kenmerken Dorpsstraat

De verbindingen met de buitenwereld, naar Alkmaar, naar Schoorl en de Egmonden, zijn de uitgaande wegen vanuit het centrum. Er ontstaat tweezijdige lintbebouwing, bij de Dorpsstraat in een open bebouwingspatroon met verspringende rooilijn, ruim vrijstaand, maar ook twee of meer woningen onder een kap, meestal een of twee bouwlagen onder een kap (met vijf verschillende daktypen). Het agrarische verleden blijft zichtbaar met 4 stolpboerderijen. Het straatprofiel heeft een breedte van ca. 7,5 m, aan weerszijden staan laanbomen, geen trottoirs (behalve voor de nrs 2 t/m 7). Bij de kerk geeft het kerkplein extra ruimte. De afgelopen decennia zijn veel winkels met grote ramen vervangen door zichtbaar andere functies.

Illustraties, kaarten en foto’s

Van de meeste van de genoemde kenmerken zijn in het rapport kaarten afgebeeld. De dorpsplattegronden met bv bouwjaren, bouwfasering, niet-woonfuncties, daktypen, boerderijen, rentenierswoningen, aangewezen monumenten, de bomenstructuur, maar ook fotobladen van de straatgevels soms met de namen van de gebruikers door de tijd heen.

Beoordeling objecten

Van elk huis tonen we links een fotootje en waar beschikbaar een geveltekening, plattegrond of doorsnede. Rechts daarvan staat de geschreven en daarna de abstracte (++, +, 0) beoordeling aan de hand van de 5 criteria, gevolgd door de eindbeoordeling (H of + of N). De resultaten daarvan geven we vervolgens weer op de overzichtskaart van de hele straat.

Algemene conclusie historisch morfologische analyse

De analyse laat vooral zien dat de Dorpsstraat is ontwikkeld tussen 1900 en 1930 in de periode dat Bergen ontdekt werd door toeristen, bejaarden en kunstenaars. De tramlijn naar Bergen aan Zee in 1905 was daarvoor een belangrijke stimulans.

De Dorpsstraat werd de doorgaande verbinding naar Alkmaar, er ontstond een winkel- en woonstraat met stolpboerderijen met rentenierswoningen en pensions achter rijen laanbomen. Het is één van de laatste authentieke dorpswegen in onze regio en was enige tijd de hoofdverkeersweg naar Alkmaar.

Karakter en inrichting van de Dorpsstraat zijn goed bewaard gebleven.

Eerste conclusie

Wij concluderen dat met de individuele waardering van de panden de straat als geheel ruim voldoende aanleiding is het gemeentebestuur voor te stellen om – in aansluiting van het rijks beschermde dorpsgezicht van de oude kern Bergen – de Dorpsstraat in zijn geheel aan te wijzen als gemeentelijk beschermd dorpsgezicht en dit juridisch te verankeren in het Omgevingsplan.

Daardoor wordt beschermd de kleinschalige bebouwing met kleine korrelgrootte, de bestaande bouwhoogte van één of twee bouwlagen met kap, de variabele afstanden tussen weg en voorgevelrooilijn, de kapvorm en kaprichting, de achterliggende bijgebouwen en aanbouwen, het lint van woningen en de historisch bepaalde gemengde functies van centrum- en buurtwinkels, horeca en bedrijven. En daarin de afwisseling van stolpboerderijen, rentenierswoningen en pensions. Dit alles betekent de waardering van wat gebouwd is, met laanbomen, en lage hagen en hekwerken. De discontinuïteit in de historische bomenstructuur dient wel te worden opgeheven.

Tweede conclusie

Naast het aan te wijzen beschermde dorpsgezicht verdient het aanbeveling de 53 panden die wij beschermenswaardig achten aan te wijzen als gemeentelijk monument dan wel beeldbepalend monument.

 

NB Het rapport zelf (43 MB) is te verkrijgen via een mailtje bij hwhubers@gmail.com

Bergen op weg naar een nieuw erfgoedbeleid?

De gemeenteraad heeft donderdag 2 oktober 2025 na een debat besloten over het langverwachte voorstel van B&W over een nieuw erfgoedbeleid. Er zal een erfgoedloket komen, waar je informatie kunt krijgen wat er over dit onderwerp in Bergen is geregeld. De gemeente wil in kaart gaan brengen wat er in alle dorpskernen aan erfgoed te vinden is en wellicht bescherming behoeft.

Bijna 30 jaar geleden is alleen voor de kern Bergen een lijst gemaakt met karakteristieke gebouwen, mogelijk gemeentelijke monumenten (totaal 317). De gemeente heeft deze lijst naast zich neergelegd. In de kern Bergen zijn maar enkele gemeentelijke monumenten aangewezen. Sindsdien zijn te veel van de gebouwen op de lijst gesloopt en vervangen door moderne nieuwbouw. Het publieke ongenoegen daartegen heeft nu dan geleid tot het voorstel van B&W. Een belangrijk probleem kwam tijdens het debat in de raad ter sprake. Hoe ga je als gemeente om met de eigenaar van een potentieel monument die dwars ligt. Dat zit zo.

In 2006 heeft de gemeente een eerste poging gedaan iets te doen met die lijst door te proberen 60 geselecteerde stolpen de monumentenstatus te geven. 40 eigenaren bleken daar niet van gediend te zijn, van de overige 20 waren 3 stolpen in zo’n slechte staat dat bescherming zinloos zou zijn. Deze ervaring heeft de gemeente terughoudend gemaakt. Bang eigenlijk.

Uit enquetes die de laatste jaren zijn gehouden blijkt een overduidelijke waardering van de historisch gegroeide dorpskernen, van de kleinschaligheid en de monumentaliteit van het erfgoed. Dat alleen al vraagt om een echt beleid, dat wil zeggen ook bescherming.

Het nieuwe beleid, dat 16 oktober door de gemeenteraad is aangenomen, beoogt in eerste instantie die angst te bezweren door ervoor te zorgen dat de gemeente een inventarisatie gaat maken van potentieel erfgoed in alle dorpskernen en die op een digitale kaart onder het nieuwe omgevingsplan te zetten. De gemeente schat dat in de hele gemeente wel 1000 bouwwerken zo waardevol zijn dat ze op die kaart zullen verschijnen. Naast weergave op de kaart zal in tweede instantie de verzamelde kennis ook gedeeld moeten worden met de bewoners van onze dorpen, in hoor en wederhoor.

De gemeente begrijpt dat deze doelen (het maken en verspreiding van deze inventarisatie) veel tijd zal vergen (jaren). Daarom wordt begonnen met een informatie loket voor geïnteresseerden in oude gebouwen. Hier worden ze op weg geholpen. Verder zal nog dit jaar een tijdelijke sloopvergunningsplicht worden ingevoerd om ongewenste sloop van karakteristieke panden voor te zijn. Deze regel betreft gebouwen die staan in de historische buurten, die ouder zijn dan 1975.

Naast de inventarisatie van waardevolle gebouwen zal de gemeente ook een cultuurhistorische waardenkaart op een aparte laag in het omgevingsplan maken, mede op grond van de kernwaarden per dorpskern uit de omgevingsvisie. Initiatiefnemers van bouwplannen zullen vervolgens moeten onderbouwen hoe ze erfgoedwaarden waarderen en hoe hun initiatief daarmee omgaat.

Als al deze goede bedoelingen in een werkbaar protocol zijn omgezet is dan de weerstand van eigenaars tegen bescherming verdwenen? De gemeente heeft dan een actief erfgoedloket. Er is een afwegingskader. Maar is dat genoeg? En wanneer is dit alles beschikbaar?

Het gaat uiteindelijk om de argumenten die de gemeente hanteert onder de aanwijzing tot monument. Dat zijn er van oudsher 5: cultuurhistorische waarden, architectuur- en kunsthistorische waarden, situationele en ensemble waarden, gaafheid en herkenbaarheid en zeldzaamheidswaarden. De invulling van deze waarden is het werk van deskundigen (bouwhistorici). Is de gemeente, in casu het college van B&W, tenslotte bereid deze 5 argumenten als autoriteit te verdedigen tegen de wens van een eigenaar?

Dat is de hamvraag vandaag, maar ook morgen.

Bij het overlijden van Ton Dissen

Ton Dissen heeft zich de afgelopen dertig jaar intensief beziggehouden met het Bergens gebouwde erfgoed. Ik heb daar maar een klein deel van meegemaakt.

Eind jaren negentig hebben Eline van Leeuwen en Wim Vroom in museum Kranenburgh een tentoonstelling georganiseerd genaamd Bouwkunst in Bergen en Bergen aan Zee, 1900-1940. Dit waren de jaren waarin de Tsarina van Bergen de stoot heeft gegeven tot de ombouw van het agrarische dorp naar het toeristen- en kunstenaarsdorp.  De tentoonstelling liet klip en klaar zien wat er toen voor bijzonders en moois gebouwd is in deze dorpen.

 

Ton Dissen was tot 2006 voorzitter van de gemeentelijke Commissie Culturele Kwaliteit, de CCK. Samen met Wim Vroom en Fred IJff heeft Ton in 1998 naast de gemeentelijke overheid de Stichting Behoud Bouwkunst Bergen opgericht, die tot doel had het bevorderen van het behoud van het Bergense cultuurgoed op het gebied van architectuur en de daarmee samenhangende stedenbouwkundige/landschappelijke aanleg. Deze oprichting was nodig omdat in Bergen erg weinig potentiële monumenten ook daadwerkelijk beschermd waren. De gemeente had een duwtje nodig. Toch heeft de stichting SBBB niet kunnen voorkomen dat zo nu en dan interessante gebouwen gesloopt zijn. Een belangrijk voorbeeld daarvan is natuurlijk de Stulp die op 21 maart 2006 werd geamoveerd. In juli van dat jaar biedt Ton nog als voorzitter van de CCK aan het College van B&W een rapport aan over hun inventarisatie van niet beschermde bouwwerken die naar het oordeel van de CCK dringend bescherming nodig hadden. De gemeente heeft dit ongevraagde advies serieus beoordeeld: 35 van de 58 voorgestelde adressen verdienden inderdaad de gemeentelijke bescherming, waarbij daarnaast nog een twaalftal beeldbepalend zouden zijn. Van de feitelijke bescherming is echter weinig terecht gekomen, vooral doordat de gemeente terugschrok door de reacties van de benaderde eigenaren.

In 2005 werd ik tijdens een feestje in Amsterdam, waar ik toen woonde, voorgesteld aan Wim Vroom. Hij had gehoord dat ik voornemens was terug te keren naar m´n ouderlijk huis in Bergen, waar hij zelf een tweede huis had. Hij heeft me daar gestrikt om toe te treden tot het bestuur van SBBB. Korte tijd later heb ik met de andere bestuursleden en hun voorzitter kennis gemaakt.

Die voorzitter, dat was Ton.

De jaren na mijn terugkeer in Bergen tot zeker 2013 werd ik echter nogal in beslag genomen door het dorpsverzet tegen de komst van de gasopslag in het leegeproduceerde gasveld Bergermeer waardoor ik eigenlijk geen tijd had voor SBBB. Ondertussen stagneerde de erfgoedzorg in Bergen, het gemeentebestuur schrok bijna duurzaam terug door de tegenstand van de eigenaren. Ton raakte ontmoedigd. Moeten we de zaak niet opheffen? Maar in 2013 was de strijd om de gasopslag beklonken en heeft Ton zijn voorzitterschap overgedragen aan mij. Wij (met én Ton én Wim) zijn toen begonnen met het oprakelen van de opgelopen achterstand in de aanwijzing van gemeentelijke monumenten.

In die jaren heb ik Ton beter leren kennen. Mijn kennis over Bergen was na mijn vertrek in 1959 naar Amsterdam als 18-jarige nauwelijks aangevuld, toch bleken we veel kennis over het dorp te delen. We spraken over dezelfde mensen en over hoe wij dachten over de veranderingen in het dorpsbeeld.  Daarbij putte Ton uit een enorm reservoir illustraties, visueel en litterair. Het was een groot genoegen bij hem aan te schuiven.

Hoewel SBBB is opgericht als een informatiebron en adviseur op erfgoedgebied, toch werden we door de gemeente geleidelijk aan beschouwd als een actiegroep. De gemeente deed te weinig. We hoopten het beeld van de actiegroep te nuanceren met de uitreiking van prijzen, eerst met de door Ton bedachte Pluim voor voorbeeldige restauraties aan monumenten (zoals voor de Ark in Park Meerwijk en de woning van dokter Poot) en later met de SBBB-prijs voor herstel en behoud van het straatbeeld (zoals voor Beukenhorst en Contentessa). Daarnaast zijn we uitzonderlijk productief geweest met publicaties over de Kloosterkapel, Park Meerwijk, Naar een nieuw erfgoedbestand Bergen NH en een Planvisie voor het Oude Hof. De politiek reageert daar vooralsnog afhoudend op.

Voor Ton en voor ons bestuur gaat het bij de zorg om het bouwkundig erfgoed om het behoud ervan door aanpassing aan modern gebruik. Dat mag je zien, vindt hij, maar dat is tevens de opdracht waarmee Ton ons de wei in heeft gestuurd.

Zijn overlijden is een groot verlies.

 

(Wouter Hubers)

Reactie SBBB d.d. 29 april 2025 op uitspraak RvS PARKHOTEL

De Afdeling Bestuursrecht van de Raad van State (hierna te noemen ‘de Afdeling’) heeft op 23 april 2025 in hoger beroep uitspraak gedaan over onze bezwaren tegen het bouwplan.

Al onze bezwaren zijn verworpen. Hieronder volgt onze reactie op de uitspraak.

ALGEMEEN

Als bestuur van SBBB zijn wij teleurgesteld over deze uitspraak, maar ook verbaasd.

In onze verdediging heeft onze stichting (ondersteund door rapportages van een onafhankelijke stedenbouwkundige en een verkeersexpert) gewezen op de onaanvaardbare ruimtelijke en verkeersveiligheidsproblemen (plus een enorme toename van de parkeerdruk in de openbare ruimte) door op deze gevoelige locatie het door ontwikkelaar en B&W gewenste hotelprogramma te realiseren.

De effecten van dat te zware hotelprogramma uiten zich op stedenbouwkundig, architectonisch én landschappelijk terrein, kortom in en op het Bergens cultuurgoed.

PROCES

Het bestemmingsplan Parkhotel is op 29 september 2016 unaniem vastgesteld door de gemeenteraad. Dit bestemmingsplan ging uit van behoud van het karakteristieke gebouw Erica op de hoek van de Stationsstraat/ Breelaan en sloop/ nieuwbouw van het overige deel. Volgens de Toelichting van het vigerend bestemmingsplan “beschikt het huidige Parkhotel over een klein 4* hotel met in totaal 26 kamers. Na de herontwikkeling zijn in totaal maximaal 46 kamers beschikbaar in het hotel.

Op 30 oktober 2019 is de Raad van State (Afdeling Bestuursrechtspraak) akkoord gegaan met de omgevingsvergunning van 2017 voor een nieuw Parkhotel, dat uitging van herbouw Erica. Op basis van deze vergunning had ontwikkelaar D. Kat het hotel dus al in 2019 kunnen bouwen!

Echter, op 6 november 2020 heeft B&W (onder aanvoering van verantwoordelijk CDA-wethouder Klaas Valkering*) echter voor een geheel ander bouwplan op de hoek van Stationsstraat en Breelaan een nieuwe Omgevingsvergunning afgegeven. De ontwikkelaar was niet tevreden met eerder rendement en gaat nog een stap verder. In het metier van de vastgoedontwikkeling heet dit ‘dooreten’. In dit nieuwe plan komt het oorspronkelijke karakteristieke Pension Erica niet meer voor, terwijl het als te behouden doel omschreven staat in het vigerende bestemmingsplan. Bovendien is het bouwvolume aanzienlijk vergroot. Omdat dit plan strijdig was met het bestemmingsplan is door B&W aangevoerd dat de afwijkingen acceptabel zijn en voldoen aan goede ruimtelijke ordening.

SBBB vreesde echter voor een hoogst ongelukkige aantasting van het architectonische en stedenbouwkundige dorpskarakter en daarom hebben wij bezwaar gemaakt.

Gezien de afgegeven vergunning kon het nieuw ingestelde college van B&W in oktober 2022 niet anders dan de ingezette goedkeuringsprocedure Parkhotel voortzetten en alle bezwaren afwijzen. Dit leidde tot zittingen bij de rechtbank Noord-Holland en de Raad van State. De hele procedure heeft zich overigens buiten de gemeenteraad om afgespeeld. Hieronder gaan wij in op de verschillende onderdelen van de uitspraak van de Raad van State.

BOUWVOLUME IN RELATIE TOT DORPSE KLEINSCHALIGHEID

De Afdeling oordeelt dat de volume-afwijkingen van het bestemmingsplan “Parkhotel” terecht zijn. Ons bezwaar richtte zich vooral op het belang van de oorspronkelijke kern van het Parkhotel, Pension Erica, zowel in bouwhoogte als in footprint. Het plan bouwt ter plaatse van Erica een veel hoger gebouw direct op de hoek Stationsstraat en Breelaan. De Afdeling oordeelt dat de hoogte-overschrijdingen (variërend van 1.30 tot 8.30m, met op de kop 4.00m) niet in strijd zijn met een goede ruimtelijke ordening. Dit is duidelijk anders dan het standpunt van de rechtbank Noord-Holland die ons daarin in het gelijk heeft gesteld, maar de rechtsgevolgen niet wilde trekken. Dat doet de Afdeling nu wel. De Afdeling is van oordeel dat de gemeente terecht de wens honoreert om in het centrumgebied gebruik te maken van hoogte-accenten. De getrapte opbouw van het bouwplan vanuit de Breelaan richting de hoek met de Stationsstraat zou ervoor zorgen dat het geheel aansluit op de bebouwing aan de Breelaan, zonder dat het dorpse karakter van Bergen verloren gaat.

Wij moeten helaas vaststellen dat het gemeentebestuur met dit plan is afgestapt van haar beleid ten aanzien van de dorpse kleinschaligheid, zoals o.m. is vastgelegd in het bestemmingsplan Parkhotel en de Structuurvisie Bergen-Centrum. Tijdens de zitting bij de Raad van State werd door de ambtelijk medewerker van de gemeente zelfs glashard beweerd dat een bouwhoogte van 24.50m in het centrum acceptabel. Dat is overigens 6.50m hoger dan de geplande L- en P-gebouwen op het Plein! Uit de door onze externe stedenbouwkundige geleverde tekeningen is volgens ons overtuigend aangetoond dat een enorme schaalsprong optreedt tussen nieuwbouw en bestaande omgeving.

PARKEERBALANS

Betreffende ons tweede bezwaar ging de Afdeling in op de strijdigheid met het bestemmingsplan “Parkeren”.

Ons betoog was gericht op de noodzaak van voldoende parkeergelegenheid teneinde parkeeroverlast in de directe omgeving te voorkomen. De Afdeling oordeelt dat SBBB dat niet kan gronden op (een deel van) haar doelstelling (bevordering van het behoud van het Bergense cultuurgoed). De Afdeling baseert zich hierbij op het ontbrekende relativiteitsvereiste. Volgens onze statuten is onze doelstelling ‘bevordering van het behoud van het Bergens cultuurgoed op het gebied van de architectuur en de daarmee samenhangende stedenbouwkundige/landschappelijke aanleg’. Dit laatste  vinden wij een essentiële toevoeging, die overigens eerder wél is geaccepteerd door gemeente en bestuursrechter. Het om deze reden afwijzen van ons bezwaar ten aanzien van de landschappelijke inpassing van het bouwplan is volgens ons een zwaktebod omdat de Afdeling dan niet meer hoeft in te gaan op de inhoud van onze argumenten.

Een hotel in de beoogde vijfsterrenklasse trekt gasten die merendeels met de auto komen en die auto ook gebruiken. Dat vereist voldoende paarkeerruimte, die in geval van nieuwbouw, volgens het eigen parkeerbeleid juist op eigen terrein moet worden opgelost om verhoging van de parkeerdruk in de openbare ruimte te voorkomen. In plaats daarvan past de gemeente de (niet meer toegestane) salderingsregeling toe, waardoor 88 parkeerplaatsen in de openbare ruimte (het landschap) moeten worden gezocht. Hierdoor neemt de parkeerdruk op het centrum in de omgeving van het hotel toe en worden winkeliers minder goed bereikbaar omdat klanten niet meer in de buurt kunnen parkeren. De Stationsstraat bevat slechts 26 parkeerplekken.

VERKEERSONVEILIGHEID NABIJ DE IN- EN UITRIT VAN DE PARKEERGARAGE

Wat betreft ons derde bezwaar stelt de Afdeling dat de door ons aangehaalde normering voor de bruikbaarheid van de weg en de verkeersveiligheid ervan niet strekt tot bescherming van het Bergens cultuurgoed. De Afdeling is van oordeel dat het uiterlijk aanzien van de in- en uitgang niet in gevaar is, gezien het positieve gemeentelijk stedenbouwkundige advies en het oordeel van de welstandscommissie. Een hotel in de beoogde vijfsterrenklasse trekt gasten, die merendeels met de auto komen en die de auto ook gebruiken. Dat vereist parkeerruimte, die in geval van nieuwbouw, volgens het gemeentelijk parkeerbeleid op eigen terrein moet worden opgelost om verhoging van de parkeerdruk in de openbare ruimte van het dorpscentrum te voorkomen”. Aanvankelijk had de gemeente aan de ontsluiting van de parkeergarage de eis gesteld dat het Smallepad zodanig moest worden verbreed dat verkeer in twee richtingen mogelijk was. Pas laat in het proces heeft de gemeente die eis ingetrokken met volgens ons alle gevolgen van dien: instelling van verkeersonveilig alternerend eenrichtingsverkeer op het te smalle Smallepad (tevens fiets/voetroute) en op hellingbaan parkeergarage met verkeerslichten. Juist vanwege de conflictkansen op deze route lag hier de kans voor de gemeente om eisen te stellen aan de minimum benodigde profielbreedte.

SLOT

Vanwege onzorgvuldigheden veroordeelt de Afdeling de gemeente Bergen tot betaling aan SBBB van de proceskosten en de griffierechten.

___________________________________________________________________________________________

* K. Valkering (wethouder voor o.a. R.O en Wonen. 26 maart 2019- 11 maart 2022) Deze wethouder had in zijn korte ambtsperiode tal van initiatieven in werking gezet, die tot op de dag van vandaag na-ijlen.

– De wethouder was initiatiefnemer van het woon/winkelproject Bergerweg 125 dat na een aanwijzing van de Provincie is ingetrokken.

– De wethouder was initiatiefnemer van het project ‘Plein’ dat geleid heeft tot heel veel onvrede onder bewoners/ ondernemers en op 17 oktober 2022 heeft geleid tot schorsing door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State en onlangs heeft geresulteerd in een met meerderheid van één stem door de Raad goedgekeurde Verklaring Van Geen Bedenkingen.

– De wethouder was initiatiefnemer van het voorstel tot vaststelling van het bestemmingplan Dorp en Duin in Egmond dat uiteindelijk is afgewezen door GS van Noord-Holland.

– De wethouder was initiatiefnemer van de omgevingsvergunning Hotel Nassau Bergen aan Zee. Het wachten is op behandeling door de Afdeling

Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

– De wethouder dient op 11 maart 2022 zijn ontslag in vanwege ‘misleidende brief’ in verkiezingstijd aan bewoners op briefpapier van de gemeente Bergen.

– Raadsonderzoek wijst uit dat de wethouder de gemeente door solistisch optreden heeft benadeeld door op eigen houtje een intentieovereenkomst te sluiten voor de bouw van een woon-zorgcomplex in Bergen.